Veelgestelde vraag
Wat zijn vitamine K-antagonisten (coumarines)?

Als je geen DOAC kunt gebruiken en je wilt geen prikken meer onder de huid, dan kun je naast de heparine starten met vitamine K-antagonisten. Deze medicijnen krijg je als druppels of pilletjes. Het duurt een paar dagen voordat deze medicijnen goed werken. Daarom heb je in het begin heparine en vitamine K antagonisten tegelijk nodig, totdat de vitamine K antagonisten voldoende werken.

In Nederland zijn twee vitamine K-antagonisten beschikbaar: acenocoumarol en fenprocoumon (Marcoumar®).

Als je vitamine K-antagonisten slikt, maakt je lichaam minder stollingsfactoren aan. Daardoor stolt je bloed minder snel. Je lever heeft vitamine K nodig om bepaalde stollingsfactoren te maken, namelijk Factor II (protrombine), Factor VII (7), Factor IX (9) en Factor X (10). Vitamine K-antagonisten werken vitamine K tegen. Ze kunnen de plek innemen van vitamine K, maar ze helpen niet mee om stollingsfactoren te maken. Daardoor maakt je lichaam minder stollingsfactoren aan en wordt je bloed dunner.

Vitamine K krijg je binnen via je eten. Het zit vooral in groene groenten en koolsoorten, zoals sla, bloemkool, broccoli en spinazie. Hoe meer je deze eet, hoe meer coumarines (vitamine K-antagonisten) je nodig hebt. Het is daarom belangrijk om gevarieerd te eten. De werking van vitamine K antagonisten kan beïnvloed worden door andere medicijnen. Pijnstillers zoals aspirine, diclofenac en ibuprofen verhogen de kans op een bloeding, die kun je daarom beter niet gebruiken.

Ook interessant