Veelgestelde vraag: Toediening per injectie. Hoe gaat het toedienen van testosteron per injectie in zijn werk bij de behandeling van Klinefelter syndroom?

Het in olie opgeloste testosteron (Sustanon® of Nebido®) wordt in een spier gespoten waar het wordt opgeslagen. Vervolgens wordt het testosteron geleidelijk afgegeven aan het bloed. Zo kan het testosterongehalte stijgen zonder dat het langs de lever gaat. De lever kan namelijk testosteron uitschakelen waardoor er minder overblijft. Binnen een paar dagen is het testosterongehalte in het bloed hoger dan bij jongens en mannen zonder Klinefelter syndroom. Dit neemt langzaam af, waardoor uiteindelijk weer een nieuwe injectie nodig is. Een dosis van 250 mg wordt over het algemeen één keer per twee a vier weken gegeven. Meestal zet de huisarts de injectie, maar je kunt het ook zelf doen, of een familielid. Vlak na de injectie heb je een grote hoeveelheid testosteron in je lichaam, en vlak voor een nieuwe injectie een lage hoeveelheid. Dat kan zorgen voor schommelingen in je gedrag. Bij veel testosteron kun je last hebben van slapeloosheid en agressiviteit en bij weinig van lusteloosheid en vermoeidheid.