Medisch: Diagnostiek

Bloedonderzoek

Bloedonderzoek kan nodig zijn om de hoeveelheid stoffen in je bloed te meten. Een verhoging of verlaging van bepaalde stoffen kan belangrijk zijn voor jouw situatie. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheid zuurstof of ontstekingseiwit in je bloed.

Hoe doen ze dat?
Afhankelijk van je leeftijd zal het een prik in je vinger zijn of een prik in een bloedvat in de elleboogsplooi. Het bloed wordt opgevangen in een of meerdere buisjes. Als je je goed ontspant en je arm of vinger zo stil mogelijk houdt, doet het minder pijn. Als het bloed daarna stroomt voel je bijna geen pijn meer.

ECG

ECG (electrocardiogram) of hartfilmpje. Dit onderzoek meet de elektrische activiteit van het hart en geeft die weer op papier. Hieruit zijn meerdere dingen af te lezen; waaronder de snelheid waarmee je hart klopt en in welk ritme. Het ecg

ECG kan tijdens rust en bij inspanning worden gemaakt.

Hoe doen ze dat?
Er worden meerdere kleine stickertjes op je borst geplakt en een paar op je armen en benen. De stickertjes zijn door draadjes verbonden met het ECG-apparaat. Het is geen pijnlijk of vervelend onderzoek, maar je moet wel goed stil liggen.

Echografie van het hart

Echografie van je hart geeft een beeld van je hart. Je kunt zien hoe het gebouwd is, hoe het bloed stroomt en hoe het pompt. Dit beeld komt tot stand door geluidsgolven die weerkaatsen op de verschillende delen van je lichaam.

Hoe doen ze dat?
Je moet zo stil mogelijk liggen. Op je borst wordt koude gel gedaan om de geluidsgolven zo goed mogelijk te geleiden. Vervolgens wordt met de echokop, een soort microfoon, onder je ribben door naar je hart gekeken. Om alles goed te kunnen zien wordt met de echokop op je huid gedrukt, dit kan soms wat onplezierig aanvoelen.

Hartkatheterisatie

Door middel van hartkatheterisatie wordt de bloedstroom in het hart zichtbaar. Er wordt contrastvloeistof in je bloed gespoten, waardoor het, als het ware, een kleurtje krijgt dat zichtbaar is op de röntgenfilm. Zo kun je precies zien hoe je bloed stroomt, in en rond je hart. Ook wordt het pompen van het hart goed zichtbaar.

Hoe doen ze dat?
Voor dit onderzoek word je in slaap gebracht (onder narcose) zodat je niks merkt en goed stil ligt. Vervolgens wordt een groot bloedvat in de lies aangeprikt, waarna een soort houder (dik, kort en stevig infuus) achterblijft. Hierdoor ontstaat een opening door de huid naar het bloedvat. Door deze opening wordt een heel dun, buigzaam slangetje (katheter) in het bloedvat opgeschoven naar je hart. Daar wordt, via de katheter, contrastvloeistof in het bloed gespoten. Alle afbeeldingen tijdens het onderzoek worden vastgelegd op film, video of cd. Als het onderzoek klaar is wordt de katheter verwijderd en wordt een drukkend verband in je lies aangebracht.

Luisteren

Door naar het hart te luisteren kan een arts onder andere de harttonen beluisteren, een hartgeruis waarnemen en het hartritme beoordelen.
Een hartgeruis, ook wel ruis of souffle genoemd, is een schavend of blazend geluid dat ontstaat door werveling in een bloedstroom. Een hartgeruis kan een aanwijzing zijn voor een hartafwijking, maar ook onschuldig zijn. Een onschuldig hartgeruis kan ontstaan doordat bloed snel en krachtig door een normale opening van bijvoorbeeld een klep stroomt, dit wordt een functioneel hartgeruis genoemd. Bij een hartafwijking ontstaat een hartgeruis door werveling, ontstaan doordat het bloed bijvoorbeeld snel en krachtig door een vernauwing in een bloedvat of door een vernauwde klep stroomt, of doordat twee bloedstromen onder druk samenkomen. De plaats waar de ruis het luidst gehoord wordt geeft een aanwijzing over de mogelijke oorzaak. En hoe luider de ruis, hoe kleiner de opening waardoor het bloed stroomt (dit geeft immers veel werveling).

Hoe doen ze dat?
Bij dit onderzoek wordt een stethoscoop gebruikt. Door middel van dit instrument (een soort versterker) kan de arts de geluiden beter horen. Het is een onderzoek waarbij je goed stil moet liggen en liever niet mag praten.

MRI

MRI is de afkorting van Magnetic Resonance Imaging. Met een MRI-scan kun je een driedimensionaal beeld maken van het binnenste van je lichaam. Zo kunnen je bloedvaten en je kloppende hart afgebeeld worden. Nadat alle beelden zijn vastgelegd, kan bijvoorbeeld de werking van de hartspier beoordeeld worden, of het sluiten van de kleppen. De beeldvorming bij MRI komt tot stand door middel van een magneetveld en radiogolven. Vaak wordt gebruikgemaakt van contrastvloeistof om de stroom van het bloed te kunnen volgen.

Hoe doen ze dat?
Voor dit onderzoek moet je heel stil liggen op een smal bed dat vast zit aan het MRI-apparaat. Omdat het moeilijk is om stil te liggen krijgen kinderen vaak sedatie. Dat houdt in dat je medicijnen krijgt waardoor je rustig wordt of zelfs in slaap valt. Als het onderzoek begint wordt je bed in een nauwe tunnel geschoven in het MRI-apparaat. Tijdens het onderzoek beweegt het bed, met jou erop, langzaam door de tunnel, zodat er heel veel foto’s gemaakt kunnen worden. Al die tijd moet je zo stil mogelijk liggen. Als het apparaat foto’s maakt hoor je harde kloppende of ratelende geluiden. Sommige kinderen luisteren tijdens het onderzoek met een koptelefoon naar muziek. Dan horen ze het geluid wat minder. Het onderzoek duurt lang, ongeveer 30 tot 60 minuten. Omdat de MRI gebruikmaakt van een sterk magneetveld, moet je alle sieraden, muntjes, sleutels en andere magneetgevoelige materialen afgeven.

Röntgenfoto

Op een röntgenfoto van je borstkas worden je longen en hart zichtbaar. Bij de longen is onder andere te zien waar lucht zit en waar niet. Ook kunnen er tekenen van overvulling worden gezien. De foto komt tot stand door röntgenstralen. Een CT-scan (computertomografie) maakt eveneens gebruik van röntgenstraling. Bij dit onderzoek worden echter zeer veel metingen gedaan, die vervolgens worden samengevoegd door de computer, waardoor een dwarsdoorsnede ontstaat en zelfs een driedimensionaal beeld gemaakt kan worden.

Hoe doen ze dat?
Je moet zo stil mogelijk liggen of staan. Als je in de goede houding staat wordt de röntgenfoto gemaakt, dit duurt ongeveer twee tellen. Het is geen pijnlijk of vervelend onderzoek. Het maken van een CT-scan kost meer tijd.

Diagnostiek bij hartritmestoornissen

Een uitgebreid gesprek en lichamelijk onderzoek zijn nodig om er achter te komen of er een ritmestoornis bestaat en zo ja, aan welke er gedacht moet worden. Het kan daarom handig zijn om je klachten bij te houden en op te schrijven wat je precies voelde, op welk moment, hoe lang het duurde en hoe snel of langzaam de hartslag was. Ook is het van belang of het in rust ontstond of tijdens of na inspanning. Naast gesprekken en lichamelijk onderzoek zijn vaak meerdere onderzoeken nodig, zoals:
  • het ecg; ECG, in rust en eventueel ook tijdens inspanning;
  • een 24-uurs ecg; ECG (Holter-onderzoek);
  • echografie; echografie van het hart
  • event registratie; hierbij kan gedurende een langere tijd een ECGe worden gemaakt tijdens klachten
  • elektrofysiologisch onderzoek; hierbij word tijdens hartkatherisatie de ritmestoornis opgewekt. Zo kan deze beter geplaatst en begrepen worden.

Over het algemeen kan niet worden begonnen met de behandeling voordat de ritmestoornis op een ECG is vastgelegd. Hierdoor wordt namelijk pas duidelijk om welke ritmestoornis het gaat.

Medische informatie