Veelgestelde vraag: Hoe komt het dat mannen bij Klinefelter syndroom weinig tot geen zaadcellen aanmaken?

Bij Klinefelter syndroom gaan de kiemcellen al op jonge leeftijd achteruit (degeneratie) en in de puberteit sterven ze steeds sneller af. Daardoor verandert de opbouw van de testes; de hoeveelheid bindweefsel neemt sterk toe, de buisjes waarin de kiemcellen zich bevinden degenereren en de Leydig cellen worden groter, maar nemen in aantal af. Door deze veranderingen kunnen de kiemcellen zich niet ontwikkelen tot zaadcellen, waardoor veel mannen met Klinefelter syndroom geen (azoöspermie) en soms een kleine hoeveelheid zaadcellen (oligospermie) hebben.