Veelgestelde vraag
Hoe verloopt de normale bloedstolling?

De bloedstolling wordt ook wel hemostase genoemd. Het is een ingewikkeld proces dat bestaat uit verschillende stappen die elkaar opvolgen, ook wel stollingscascade genoemd. Het zorgt ervoor dat nog niet werkzame stoffen (inactieve stollingsfactoren) worden omgezet in werkzame stoffen (actieve stollingsfactoren). Verschillende stollingsfactoren, cellen, weefsels en andere factoren spelen hierbij een rol.

De bloedstolling verloopt in drie fases:
1. De primaire bloedstolling. Tijdens de eerste fase van de stolling trekt het bloedvat samen en wordt er een klein korstje aangemaakt, doordat bloedplaatjes met hulp van Von Willebrandfactor aan de vaatwand binden en aan elkaar. Dit wordt de plaatjesplug genoemd. De primaire stolling is vooral afhankelijk van de samenstelling en werking van de vaatwand en van het aantal en de werking van zowel de bloedplaatjes (trombocyten) als Von Willebrandfactor (VWF).

2. De secundaire bloedstolling. Tijdens de tweede fase van de stolling wordt de de korst stevig gemaakt. Deze zorgt ervoor dat de korst blijft zitten en de vaatwand kan helen. De secundaire stolling is afhankelijk van allerlei stollingsfactoren. Factor VIII (8) en IX (9) spelen hierin een belangrijke rol.


3. De fibrinolyse. Tijdens de slotfase wordt het stolsel opgeruimd nadat de vaatwand zich voldoende hersteld heeft. Hier zijn ook allerlei stollingsfactoren voor verantwoordelijk.

Het korstje dat tijdens de primaire bloedstolling wordt gemaakt is niet stevig genoeg om het bloed goed en lang genoeg tegen te houden en het gat in je vaatwand dicht te maken. Het korstje moet nog veel sterker worden gemaakt! Daar is fibrine voor nodig, die in de secundaire bloedstollingsfase wordt aangemaakt. Fibrine is een eiwit dat een netwerk vormt in het stolsel, als een soort netje waaraan de bloedplaatjes kunnen blijven hangen en vastplakken.

Fibrine zit niet standaard in je bloed, maar moet eerst worden aangemaakt. Fibrine wordt gemaakt van fibrinogeen, dat wel al in je bloed rond stroomt. Voor deze omzetting van fibrinogeen naar fibrine is het eiwit trombine nodig. Trombine is dus onmisbaar voor het maken van een stevig korstje. Trombine ontstaat nadat inactieve stollingsfactoren actief zijn geworden.

Het belangrijke fibrinestolsel wordt dus gevormd doordat de stollingsfactoren goed samenwerken waarbij ze worden omgezet in actieve, goed werkende factoren.

Ook interessant