AOS

Bij het complete androgeenongevoeligheidssyndroom (AOS) heb je een X- en een Y-chromosoom en goed werkende testes, die voldoende AMH en voldoende mannelijke hormonen (androgenen) testosteron en DHT aanmaken, maar is je lichaam ongevoelig voor mannelijke hormonen en ontwikkel je een vrouwelijk uitwendig geslacht. Omdat AMH wel werkt, krijg je geen baarmoeder of eileiders.

In de puberteit wordt het teveel aan testosteron omgezet in vrouwelijke hormonen, oestrogenen, waardoor je wel borsten ontwikkelt. Je hebt alleen minder oksel- en schaamhaar en je kunt wat langer zijn. AOS ontdek je daarom meestal pas als je niet ongesteld wordt.

Bij partiƫle AOS werken de receptoren een beetje en kan een deel van de testosteron en DHT zijn werk doen. Je geslacht ziet er mannelijker uit. Vaak is dit al duidelijk bij je geboorte.

Zoekresultaten voor "AOS" op de Cyberpoli

Intersekse en DSD

Psychose