Veelgestelde vraag: Hoe word je voorbereid op een stamcel- of beenmergtransplantatie?

Voordat een stamcel- of beenmergtransplantatie plaats kan vinden, moeten de eigen stamcellen of het beenmerg worden verwijderd. Anders kan het nieuwe beenmerg zich niet nestelen. Hiervoor is chemotherapie en soms bestraling nodig. Dit is een zeer intensieve en soms gevaarlijke behandeling, waarbij de patiënt eerst erg ziek wordt voordat hij beter wordt.

Vanaf het moment dat het beenmerg verdwijnt door de chemotherapie of bestraling worden er geen bloedcellen meer aangemaakt. Dit betekent dat er (bijna) geen rode en witte bloedcellen of bloedplaatjes meer in de bloedstroom aanwezig zijn.

Bij heel weinig rode bloedcellen heb je bloedarmoede en zal je bloedtransfusies nodig hebben. Bij heel weinig witte bloedcellen heb je een hele slechte afweer tegen infecties. Vaak verlopen deze infecties zeer ernstig; ter bescherming wordt vaak al preventief antibiotica gegeven. Als je heel weinig bloedplaatjes hebt, kun je sneller bloed verliezen waardoor transfusies van bloedplaatjes nodig kunnen zijn.

Wegens het grote infectiegevaar worden patiënten die een stamcel- of beenmergtransplantatie krijgen, in isolatie (alleen in een afgesloten kamer) verpleegd met speciale aandacht voor de voeding en hygiëne. Deze patiënten mogen bijna geen bezoek ontvangen en als het wel is toegestaan moet het bezoek schorten, handschoenen en mondmaskers dragen.
Als de transplantatie aanslaat (“take”) en het beenmerg van de donor nieuwe bloedcellen gaat aanmaken, word je langzaamaan minder vatbaar. De stamcel- of beenmergtransplantatie is dan geslaagd.