Veelgestelde vraag: Wat gaat er nou precies mis bij diabetes, wat gebeurt er met de bloedsuiker in je lichaam?

Om te begrijpen wat er mis is bij diabetes is het belangrijk om te weten hoe je lichaam dan werkt.
Als je diabetes hebt maakt je lichaam geen of niet genoeg insuline aan. Als er geen insuline meer wordt aangemaakt doordat de bètacellen kapot zijn, is er sprake van diabetes type 1. Als er net niet genoeg insuline wordt aangemaakt én de werking van insuline is minder goed (insulineresistentie), dan is er sprake van diabetes type 2.

Diabetes type 1, na het eten:
1. In de maag wordt glucose uit de voeding omgezet in simpele suikers. De simpele suikers kunnen uit de maag en darm worden opgenomen in het bloed.

2. Op het moment dat je voeding ziet en eet kan de alvleesklier niet goed reageren omdat de bètacellen kapot zijn. Er wordt dus geen insuline aangemaakt. De glucose in je bloed kan hierdoor niet de lichaamscellen in, terwijl er meer dan genoeg rondstroomt.

3. Ondertussen hebben je lichaamscellen heel hard glucose nodig, als brandstof. Je lichaam gaat op andere manieren proberen de hoeveelheid glucose te verhogen:

a. Het glycogeen in je lever wordt omgezet in glucose (door onder andere glucagon), waardoor je bloedsuiker nog verder stijgt. Uiteindelijk stroomt er nog meer glucose rond. Een deel ervan plas je uit en omdat glucose veel vocht met zich meetrekt, moet je heel veel en vaak plassen. Hierdoor krijg je dorst en ga je veel drinken.

b. Vetten en eiwitten in je lichaam worden afgebroken om glucose aan te kunnen maken. Bij de vetafbraak komen vetzuren vrij die in de lever worden omgezet in ketonen. Een deel van deze ketonen komt in de urine terecht. In de urine zijn op dat moment ketonen én glucose aantoonbaar. Door de afbraak van vetten en eiwitten verlies je gewicht en voel je je beroerd, moe en lusteloos.

4. Maar nog steeds is er geen insuline om al die glucose de lichaamscellen in te krijgen. Je hebt dus te weinig glucose in je cellen en te veel in je bloed, dat is schadelijk en uiteindelijk levensbedreigend. Het overschot aan glucose beschadigt namelijk de lichaamscellen die geen insuline nodig hebben om glucose binnen te laten (zoals de nieren, hersenen, het netvlies en zenuwstelsel). Ook ontstaat er een overschot aan ketonen waardoor je bloed zuur wordt. Door het vele plassen droog je uit, waardoor het bloed nog zuurder wordt. Door het tekort aan vocht in je lichaam én de lage zuurgraad in je bloed kan een levensbedreigend coma ontstaan, het zogenaamde diabetische coma (of ketoacidotische coma).

Diabetes type 2, na het eten:
1. In de maag wordt glucose uit de voeding omgezet in simpele suikers. De simpele suikers kunnen uit de maag en darm worden opgenomen in het bloed.

2. De gevoeligheid van de lever en spieren voor insuline is verminderd. De lever reageert niet goed meer op insuline, waardoor onvoldoende glucose wordt omgezet in glycogeen en de bloedsuiker stijgt.

3. Op het moment dat je voeding ziet en eet reageert de alvleesklier langzamer dan zou moeten. Het duurt lang voordat extra insuline wordt aangemaakt. Hierdoor is er een tekort aan insuline op het moment dat je het nodig hebt.

4. Door het gebrek aan insuline en de verminderde werking van insuline is de bloedsuikerspiegel te hoog. Het beetje insuline en de hoge bloedsuiker zorgen ervoor dat er toch wat glucose in de lichaamscellen komt.

5. Het overschot aan glucose zorgt ervoor dat er heel veel glucose in lichaamscellen komt die geen insuline nodig hebben om glucose binnen te laten (zoals de nieren, hersenen, het netvlies en zenuwstelsel). Deze cellen raken hierdoor beschadigd.