Veelgestelde vraag: Wat gebeurt er met de bloedsuiker in je lichaam als je geen diabetes hebt?

Je lichaam zorgt ervoor dat precies de goede hoeveelheid brand- en bouwstoffen in je bloed rondstromen. De bloedsuiker blijft vrij constant, zowel voor als na een maaltijd; tussen de 4 en 7 mmol/l (tussen de 72-126 mg/l, meetwaarde in bv. België). Dat komt omdat de hoeveelheid glucose (koolhydraten) die je binnenkrijgt en je verbruik van energie en de hoeveelheid enzymen en hormonen goed op elkaar zijn afgestemd.
Na het eten
1. In de maag wordt glucose uit de voeding omgezet in simpele suikers. De simpele suikers kunnen uit de maag en darm en worden opgenomen in het bloed.

2. Op het moment dat je voeding ziet en eet gaan de bètacellen in je alvleesklier meer insuline aanmaken. Ze weten precies hoeveel insuline ze aan moeten maken, omdat ze zelf de bloedsuiker in de gaten houden. (Tussen de maaltijden door wordt er ook insuline aangemaakt, maar in heel kleine hoeveelheden. Dit heet het basale insulineniveau.)

3. De lever haalt een groot deel van de glucose uit het bloed en zet deze om in glycogeen en hiervoor is insuline nodig. Als je lang niets eet, kan je lichaam glycogeen weer omzetten in glucose (suiker), zodat je bloedsuiker niet verder daalt.

4. Een deel van de glucose stroomt verder door je lichaam. Alle cellen in je lichaam worden op deze manier voorzien van energie. Ze hebben allemaal glucose nodig om te kunnen werken.

Als je veel eet krijg je meer koolhydraten (zoals glucose en zetmeel) binnen dan je lichaam nodig heeft. Het teveel aan koolhydraten wordt omgezet in vet dat wordt opgeslagen in je vetweefsel. Het teveel aan vet dat je eet wordt daar ook opgeslagen. In het vetweefsel is ruimte genoeg, er kan dus een grote voorraad vet worden aangelegd. Hoe groter de voorraad, hoe dikker je wordt.