Veelgestelde vraag: Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en 2?

Diabetes type 1 is een vorm waarbij de bètacellen geen insuline meer aanmaken, waardoor de glucose (suiker) die via het eten in je bloed komt niet opgenomen wordt in je lichaamscellen waardoor je bloedsuiker stijgt. Als je een te hoge bloedsuiker hebt moet je veel plassen en heb je steeds dorst. Ondertussen krijgen je lichaamscellen geen glucose (brandstof) binnen en hebben ze een tekort aan energie. Die energie moet ergens anders uit je lichaam vandaan worden gehaald. Er worden andere energiebronnen gebruikt waarbij afvalstoffen vrijkomen. Dit leidt tot klachten als vermagering, vermoeidheid, sufheid en coma. Deze vorm van diabetes komt op alle leeftijden voor, maar meestal ontstaat het al op jonge leeftijd. Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte.

Diabetes type 2 krijg je als je lichaam niet meer gevoelig is voor insuline en je bètacellen minder insuline aanmaken dan nodig is. De glucose in je bloed wordt hierdoor moeilijker opgenomen in je lichaamscellen en je bloedsuiker stijgt. Hierdoor moet je veel plassen en heb je vaak dorst, net als bij diabetes type 1. Er komt nog wel voldoende glucose de lichaamscellen binnen, ook al gaat het wat moeilijker. Er ontstaat dus geen gebrek aan energie waardoor geen andere energiebronnen worden gebruikt en klachten als vermagering en coma vrijwel niet voorkomen.

Diabetes type 2 komt ook voor op alle leeftijden, maar vooral bij ouderen en bij mensen met overgewicht die te weinig bewegen. Omdat steeds meer kinderen te dik zijn komt deze vorm van diabetes nu ook vaker voor op jongere leeftijd.