Veelgestelde vraag: Hoe wordt een prikkel doorgegeven?

Doordat axonen prikkels doorgeven, kunnen je zenuwcellen met elkaar en andere cellen in je lichaam communiceren, zo geven ze informatie door. Een axon geeft op zijn beurt de prikkel weer door aan een korte uitloper van een andere zenuwcel. Korte uitlopers ontvangen dus prikkels en signalen. Ze geven die vervolgens door aan hun eigen cellichaam.

Om de axonen heen ligt een myelineschede, een laag die bestaat uit een vetachtige stof van steuncellen. Myeline zorgt ervoor dat het axon geïsoleerd is waardoor prikkels zich nog sneller verplaatsen. De myelineschede bestaat niet uit één stuk. De laag wordt hier en daar onderbroken. Op deze ‘open plekken’ (de knopen van Ranvier) kunnen steeds positief geladen ionen van buiten de membraan naar binnen stromen. Zo blijft de prikkel goed op spanning en kan hij worden doorgeleid naar de volgende open plek op het axon. Totdat uiteindelijk het eindpunt van het axon is behaald.

Tussen het uitzendende axon en de ontvangende korte uitlopers zit een kleine ruimte, de synapsspleet. Hier kan de prikkel niet direct doorgegeven worden, daar zijn chemische stofjes voor nodig. Deze chemische stofjes, ook wel neurotransmitters genoemd, zitten in blaasjes aan het uiteinde van het axon. De neurotransmitters verplaatsen de elektrische prikkel van de ene naar de andere kant van de ruimte. Er zijn verschillende neurotransmitters.
  • Neurotransmitters die de prikkeloverdracht over de synapsspleet makkelijker maken en versnellen, zoals glutamaat.
  • Neurotransmitters die de prikkeloverdracht afremmen, zoals GABA (gamma-aminobutyricacid, gamma-aminoboterzuur).

Relevante medische informatie