Veelgestelde vraag: Welke primair gegeneraliseerde aanvallen zijn er?

  • Tonisch-clonische aanval: bij het begin van de aanval verstijven de spieren in je lichaam (armen, benen en romp), daarna krijg je trekkingen of schokken aan je beide armen en benen. De bewegingen beginnen klein en worden langzaam groter. Bij de aanval kun je last hebben van blauwverkleuring, kaakklem, schuim rond de mond en urineverlies. Aan het einde van de aanval verdwijnen de trekkingen, je bent meestal nog niet helemaal bij bewustzijn. Je wordt langzaam wakker of je slaapt voor langere tijd.
  • Tonische aanval: de spieren van je armen, benen en gezicht verstijven. Je valt stijf op de grond en hebt geen trekkingen, verder vergelijkbaar met de tonisch-clonische aanval.
  • Clonische aanval: je hebt trekkingen aan armen en benen. De bewegingen beginnen klein en worden langzaam groter. Je spieren verstijven bij deze aanval niet, verder vergelijkbaar met de tonisch-clonische aanval.
  • Atone aanval: al je spieren verslappen. Je valt slap op de grond, zakt in elkaar. Je spieren verstijven niet en je hebt geen trekkingen, verder vergelijkbaar met de tonisch-clonische aanval.
  • Myoclonieën: je spieren trekken kort samen, waardoor je kleine schokken krijgt met kleine bewegingen. Het kan een keer voorkomen en kort duren, zonder dat je merkt dat je bewustzijn even weg is, je valt dan ook niet om. Het kan ook vaker voorkomen, zonder vaste regelmaat, je verliest je bewustzijn en valt ook om.
  • Absence: plotselinge verandering van bewustzijn, waardoor je afwezig bent, niet meer reageert en niet verdergaat met waar je mee bezig was. Typische bewegingen met je handen (zoals draaiende bewegingen, friemelen) en kleine bewegingen in je gezicht (trillende mond, knipperende ogen) kunnen voorkomen. Na het einde van de absence ga je direct weer door met waar je mee bezig was.
  • Salaamkramp: een krampende beweging waarbij armen, benen en hoofd naar voren buigen of uitgespreid worden.

Relevante medische informatie