ingedokter

Interview: Het kind staat centraal, daar kijk je naar

Inge (56) is IB'er (intern begeleider) op een basisschool op Ameland. Zij begeleidt Oene, die behandeld is voor een hersentumor, een medulloblastoom.

Wat doet een IB'er?

Een intern begeleider biedt extra zorg voor kinderen die meer of minder aankunnen, of kinderen zoals Oene, die ziek werd in de kleutergroep. Vanaf het begin heb ik het contact met de ouders onderhouden en met de ambulant begeleider, waar je in deze situatie als school een beroep op kunt doen. De ambulant begeleider kijkt mee hoe we Oene het beste kunnen begeleiden zodat hij zich op school goed voelt.

Wat doet een ambulant begeleider precies?

Een ambulant begeleider komt een aantal keer per jaar, observeert in de klas en heeft gesprekken met de ouders, de IB'er en de groepsleerkracht.

Wat kun je doen voor een kind als Oene?

Samen met de leerkracht kijk je wat hij kan, wat past en wat lukt bij hem. Voor het team is het ook heel ingrijpend om een kind met deze ziekte onder je hoede te hebben, maar het kind staat centraal, daar kijk je naar. Wat kan hij aan? Het is een kwestie van proberen en soms naar een andere weg zoeken als iets niet gaat. Daar waar mogelijk, steun je het kind en zorg je ervoor dat het zich veilig voelt.

Wat merkten jullie in de beginfase na de behandeling?

Oene wil alles goed kunnen, dat is een karaktertrek. De extra tijd die we krijgen gebruikten we in de beginfase bijvoorbeeld voor synthese en analyse, het plakken van letters tot woorden. Andere kinderen konden dat al en hij nog niet, en dat vond hij niet fijn. Dat wilde hij leren, hij wilde net zo zijn als de andere kinderen. Hij is heel veel misselijk geweest. Daarom mocht hij zijn fruit langzamer opeten. Hij kon ook niet in een keer zijn beker leegdrinken, dan werd hij misselijk. Die mocht de hele ochtend op zijn tafel staan. Niemand deed daar moeilijk over, de andere kinderen ook niet. Zijn gehoor is ook wat beschadigd, de hoge tonen zijn wat weg en zijn oren zijn gevoelig. Hij heeft een gehoorapparaatje uitgeprobeerd. De juf had een zendertje om en hij een apparaatje in zijn oor, maar na zes weken zei Oene dat het niet meer hoefde. De juf kwam dan heel hard binnen en ook het geroezemoes kon hij horen. Fluisteringen hoort hij heel scherp.

Hoe gaat het met rekenen, dat vond hij lastig?

Rekenen is niet zijn sterke punt, maar de toetsen zijn voldoende tot goed. Omdat Oene de lat zo hoog legt, zegt hij zelf dat het slecht gaat, terwijl het in onze ogen nog voldoende is. Hij kan bijvoorbeeld maar één strategie tegelijk gebruiken. Als je meer strategieën of tips geeft, past dat niet meer in zijn hoofd. Hij houdt van voorspelbaarheid en vaste patronen. Hij legt de lat hoog voor zichzelf. Hij wilde ook mee gymmen en voetballen. In het begin was dat wat te veel van het goede op één dag, maar sinds dit schooljaar doet hij wel beide activiteiten en dat gaat goed.

Is dat een karaktertrek of een gevolg van?

Je ziet dat soms ook wel bij andere kinderen, maar die zullen hun strategie eerder aanpassen. Hij houdt vast aan zijn vaste patronen.

Hoe is dat bij taal?

Oene is mondeling sterker dan schriftelijk. Het lijkt erop dat geschreven informatie minder goed binnenkomt dan mondelinge. Dat zien we aan de matige resultaten van de schriftelijke toetsen.

Hoe is hij sociaal in de groep?

Helemaal goed. Het is een gezellige jongen, hij voelt zich op zijn gemak. De klas is blij met hem, hij wordt gekozen bij opdrachtjes en bij groepsactiviteiten, dat is allemaal normaal.

En hoe is 't met zijn geheugen?

Dat is soms wel lastig. Hij zegt wel eens: 'de ene dag zit mijn hoofd voller dan de andere'. De ene dag gaat het leren ook makkelijker dan de andere.

Hoe belangrijk is een IB'er voor iemand als Oene?

We hebben een prima team en goede leerkrachten om hem heen. Als IB'er ben ik een beetje de spil tussen de ambulante begeleiding, de ouders en de school. We zijn blij met de inbreng van de ambulant begeleider. We hebben nu iemand die gespecialiseerd is in niet-aangeboren hersenletsel, daar hebben we veel van geleerd en de ouders ook.

Wat heb jij geleerd?

Als je hem bijvoorbeeld een spellingsregel aanleert, kan hij die les maken, maar de volgende dag lijkt het wel of hij deze nooit gehoord heeft. Dat past bij zijn ziektebeeld. Als je dat weet, dan straal je ook uit dat het niks geeft, en pas je je lessen erop aan.

Dat vraagt ook wat van de leerkrachten?

Jazeker! We doen dit met zijn allen. Toen Oene ziek was, bleek hoe groot de betrokkenheid van de leerkrachten was. Het team ging naar een voorlichtingsavond in het UMC in Groningen om te horen hoe ze hiermee om moesten gaan.

Hoe denk je dat Oene zich gaat ontwikkelen?

Van verschillende kanten hebben we gehoord dat het niet te voorspellen is hoe de ontwikkeling van Oene gaat verlopen. Er kunnen altijd dingen gebeuren waardoor het een tijd minder goed gaat. Zoals hij zich de afgelopen drie/vier jaar heeft ontwikkeld, zetten we in op vmbo-bk, met begeleiding van de ambulante zorg.

Is dat een voorwaarde?

Die blijft hij nodig hebben. Niet alleen hij, maar vooral ook nieuwe collega's. Begin volgend jaar gaan we alvast het gesprek aan met het eventuele vervolgonderwijs. Dan zit hij in groep 7, dus dan zijn we mooi op tijd. We gaan dan kijken wat wel en niet haalbaar is.

Hoe gaat het emotioneel met Oene?

Hij heeft perioden gehad dat hij niet goed in zijn vel zat. Dan gaf hij aan dat hij school waardeloos vond. Tijdens gesprekkensessies kwam eruit dat hij dat vooral op maandagochtend had en na vakanties. Hij zei dan dat hij een fijne vakantie had gehad, spelen, zwemmen, naar het bos, en dan moest hij 's maandags weer naar school. Ik vertelde hem dat ik dat ook had en dat zijn papa dat waarschijnlijk ook had. Niemand heeft er zin in, dat hoort bij mensen, vakantie en weekend is heerlijk en maandagochtend moet je weer beginnen. Maar ben je er eenmaal, dan is het weer zo over. Nu doen we weer zo'n gesprekkenserie. Hij had van de ambulant begeleider een thermometer met kleuren gekregen, dan kon hij aangeven als hij zich niet zo fijn voelde op school. Van rood, naar oranje naar groen. De groepsleerkracht zei dat hij hem niet gebruikte en toen ik hem ernaar vroeg moest hij lachen. Het was niet nodig, vertelde hij. Hij zei dat hij op maandagochtend en na de zomervakantie even moest wennen en dat alle mensen dat hadden. Al doende leren we.

Interviews