Veelgestelde vraag: Hoe gaat de hematopoietische stamceltransplantatie (HSCT) bij de behandeling van JIA in zijn werk?

Voordat een transplantatie plaats kan vinden moeten de eigen stamcellen of het eigen beenmerg verdwijnen, anders is er geen ruimte voor de nieuwe stamcellen. Hiervoor is chemotherapie en soms bestraling nodig. Dit is een intensieve en risicovolle behandeling. Je kunt diverse klachten krijgen tijdens de voorbereiding. Vanaf het moment dat je eigen beenmerg verdwenen is kun je zelf geen nieuwe bloedcellen meer aanmaken. Hierdoor kun je bloedarmoede krijgen (te weinig rode bloedcellen), sneller bloeden (te weinig bloedplaatjes) en je hebt meer kans op infecties (te weinig witte bloedcellen). Omdat je erg vatbaar bent voor infecties word je helemaal geïsoleerd en krijg je speciale voeding. Er zijn strenge hygiënevoorschriften; je mag minder bezoek ontvangen en bezoekers moeten schorten, handschoenen en mondmaskers dragen. Je kamer heeft ook overdruk, waardoor de lucht uit de kamer stroomt als je de deur opendoet in plaats van erin. De lucht wordt ook gefilterd zodat je schone lucht krijgt. Transfusies kunnen nodig zijn om de rode bloedcellen en de bloedplaatjes aan te vullen en je krijgt antibiotica om de bacteriën in je darmen onder controle te houden. Pas als de transplantatie aanslaat en je nieuwe beenmerg nieuwe bloedcellen kan aanmaken, word je langzaam minder vatbaar.
Een stamceltransplantatie is een intensieve en risicovolle ingreep met grote kans op ernstige complicaties. Als er voor allogene donorcellen gekozen wordt moet er een donor gevonden worden die stamcellen of beenmerg heeft die gezond zijn en het meest op jouw stamcellen lijken. Zo wordt de kans op afstoting het minst groot. De beste donor is je eigen broer of zus, als jullie dezelfde vader en moeder hebben. Dan hebben jullie namelijk bijna hetzelfde genetisch materiaal. Er wordt vooral gelet op het HLA(humane leucocyten antigenen)-eiwit, dat moet gelijk zijn. Als dat niet lukt moet er verder gezocht worden naar een goede ‘match’. Dat kan bij een Europese beenmerg- of navelstrengbloedbank waar bloeddonoren geregistreerd staan. De bank kan stamcellen zoeken die het beste bij jou passen.