khauwers

Interview: Een biopt doen om zaadcellen te winnen

Kathleen D’Hauwers (41) is uroloog in het UMC St Radboud. Haar aandachtsgebied is functionele urologie, andrologie en fertiliteit.

Hoe zit het met de fertiliteit van jongens met Klinefelter syndroom?

De laatste jaren is dat gebied erg in beweging. Een spontane zwangerschap is zo goed als onmogelijk bij volwassen mannen met Klinefelter, doordat er vaak geen zaadcellen in het ejaculaat zijn. Maar ongeveer 10 % van hen heeft nog (een paar) zaadcellen in de teelbal. Doordat we teelbalbiopten kunnen nemen, kunnen we die zaadcellen oogsten en gebruiken voor ICSI (intracytoplasmatische sperma injectie). Hierbij wordt de zaadcel handmatig, in het laboratorium, in de eicel gebracht.
Verder denken we dat een deel van de jongens met Klinefelter een periode hebben, tussen de start van hun puberteit en ongeveer 25ste levensjaar, waarop de teelbal zaadcellen aanmaakt. Eens de jongens goed in de puberteit zijn, volgt er een gesprek met de jongen en zijn ouders, waarbij de mogelijkheden besproken worden: namelijk voor de leeftijd van 25 jaar een teelbalbiopt te laten afnemen. Als er zaadcellen worden aangetroffen, kunnen deze ingevroren worden en kunnen de jongens/mannen als ze later kinderwens hebben, gebruik maken van deze zaadcellen.

Waar kijken jullie dan naar in het bloed?

We hadden gehoopt om in het bloed aanwijzingen te vinden zodat het optimale moment van het nemen van een biopt zou kunnen worden bepaald. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat geen enkele stof in het bloed dit nauwkeurig kan voorspellen. Daarom kijken we tegenwoordig naar de kliniek: hoe ver is een jongen in zijn puberteit, heeft hij al seksuele gevoelens,….en wat wil hij zelf natuurlijk met die mogelijkheid.

Eerder horen de jongens dat ze onvruchtbaar zijn. Is dat niet enigszins verwarrend?

Ja, de huidige generatie mannen met Klinefelter heeft zich erop ingesteld geen kinderen te kunnen krijgen met eigen zaadcellen. Deze mannen laten vaak wel nog een biopt uitvoeren op volwassen leeftijd, om alle kansen aan te grijpen. De jongere generatie krijgt informatie dat er een kans bestaat op het verkrijgen en bewaren van eigen zaadcellen. Ze horen deze informatie op een leeftijd waarop kinderen krijgen nog niet aan de orde is, en vaak niet belangrijk wordt gevonden: zij kunnen zich dat moeilijk voorstellen. Ook niet hoe het is om zich later te realiseren dat ze een kans op het krijgen van kinderen hebben laten gaan. Een biopt is een invasieve ingreep en ouders en kind dienen goed gecounseld te worden. Maar als de jongen het niet wil, dan kun je hem niet dwingen om een biopt te ondergaan.

Zo’n zaadbalbiopt, hoe gaat dat?

Bij volwassenen kan dat onder plaatselijk verdoving of narcose, bij jonge jongens onder narcose. Eerst wordt de huid geopend, dan de bal zelf. Die bestaat uit tussenschotjes, als het ware afzonderlijke fabriekjes, die wel of geen zaadcellen kunnen produceren. We nemen een biopt van deze verschillende fabriekjes en dat sturen we naar het lab voor onderzoek.

Van wie komt de vraag eigenlijk?

In ieder geval kinderartsen en (kinder)endocrinologen volgen wat er speelt en ook de ouders zien op fora en internet wat mogelijk is en gaan er zelf actief achteraan. De jongens zelf hebben er op die leeftijd vaak nog geen interesse in. De ouders zijn een stuwende kracht: ze willen achteraf geen spijt hebben dat er destijds niets gedaan is.

Zijn er complicaties?

Zoals bij elke ingreep kun je een infectie of een bloeding krijgen. Maar dat gebeurt niet vaak. Het teelbalweefsel is sponsachtig: als je een deeltje weghaalt, vult het resterende weefsel de bal op: het uitzicht van de balzak verandert niet. Het wegnemen van een stukje teelbal kan er voor zorgen dat het testosteron verlaagt. Veel jongens met Klinefelter zullen uiteindelijk testosteronsuppletie krijgen, dat extra bioptje maakt gelukkig niet veel uit.

Hebben de jongens psychisch behoefte aan teelballen?

De vraag voor een teelbalprothese krijg ik af en toe, en die mogelijkheid is er. De meesten hebben nog zichtbare ballen en zijn tevreden. Bij sommigen zijn de teelballen heel klein of plat, maar daar zijn ze aan gewend. Zeker als ze een partner hebben die tevreden is, hechten de mannen zelf minder belang aan testisprothesen.

Hoeveel minder zaad wordt er bij mannen met Klinefelter syndroom gewonnen?

Bij een biopt hebben we het over kleine aantallen zaadcellen, niet meer over miljoenen. Het biopt wordt verdeeld over zo veel mogelijk buisjes om in te vriezen, zodat je voor een zwangerschapspoging niet gelijk alles hoeft te ontdooien. Bij mensen met Klinefelter, als ze zaadcellen hebben, krijg je gemiddeld een tot drie buisjes met enkele zaadcellen, dan hebben we het over een aantal zaadcellen, geen honderden.

Zijn er al resultaten?

Volgens de literatuur worden bij 20% van de mensen met Klinefelter zaadcellen gevonden, maar dat cijfer bereiken wij in ons centrum niet. Wij zitten daar onder, rond de 10%. Waarschijnlijk beschrijven de artikels in de literatuur mannen met mozaïek Klinefelter syndroom, en dan is de kans op zaadcellen groter. We hebben wel enkele gezonde baby’s ondertussen!

Waar wordt dat zaad opgeslagen?

Het wordt ingevroren in rietjes en in grote tanks bewaard waar het onbeperkt kan blijven tot de jongeman in kwestie kinderen wil. Elk jaar wordt opnieuw om toestemming gevraagd om het zaad te bewaren. Het biopt wordt vernietigd als de mannen aangeven dat het biopt niet meer bewaard dient te worden.

Zijn jullie actief in de promotie van deze mogelijkheid?

Ja, het hoort bij de nieuwe mogelijkheden voor jongens met Klinefelter, dus we proberen de boodschap dat er een periode is waarin zaadcellen gevonden kunnen worden, zoveel mogelijk te verspreiden. Vervolgens is een goed gesprek nodig met ouders en de jongens in kwestie, die op jonge leeftijd toch met een belangrijke vraag worden geconfronteerd.

Jonge jongens die voor een leukemiebehandeling bestraald moeten worden, denken ook niet aan later. Is er een verschil?

Bij heel jonge kinderen, onder de 13, nemen de ouders de beslissing, in overleg met de artsen. Oudere kinderen hebben inspraak en weigeren soms. Als iemand echt niet wil, na heel veel gesprekken en informatie, kun je het niet afdwingen. Die kinderen hebben een erge ziekte. Ik kan me voorstellen dat ze willen genezen en niet met iets anders bezig willen zijn.
In het Radboudumc en in het AMC te Amsterdam is er voor pre-puberale jongens met kanker een stamcelprotocol. In de prepuberteit zijn er nog geen zaadcellen. We kunnen dan een biopt nemen voor stamcellen. Het idee daarachter is dat de stamcellen gekweekt en geïnjecteerd worden in de testes als de jongen genezen is. Hierdoor worden de testes opnieuw aangezet tot het produceren van zaadcellen. Bij jongens met het Klinefelter syndroom heeft een stamcelbiopt geen zin. Eén van de kenmerken van Klinefelter is dat de teelballen verlittekenen waardoor het weefsel erg verandert. Als we hierin de stamcellen zouden injecteren, zouden ze afsterven omdat de ‘’fabriekjes’’ van de teelbal volledig stuk zijn.

Wordt de bioptprocedure ook op andere plekken in Nederland uitgevoerd?

Na het ontwikkelen van de TESE-ICSI-methode (1994) was de bioptprocedure in Nederland verboden. Men wilde eerst weten of de kinderen die eruit geboren werden wel gezond waren. Zeven jaar geleden mochten het AMC en het UMC St Radboud een studie beginnen, op voorwaarde dat de geboren kinderen goed zouden worden gevolgd. Een analyse van de eerste 200 geboren kinderen toonde geen toename van genetische risico’s aan. Sinds 2014 mogen meerdere gekwalificeerde centra de TESE ingreep uitvoeren. De stamcelprocedure blijft beperkt tot het Radboudumc en het AMC.

Interviews