Medisch: Hoe wordt coeliakie aangetoond?

Bloedonderzoek

Als ze denken dat je coeliakie hebt, krijg je aanvullend onderzoek om de diagnose te bevestigen. Een uitgebreid lichamelijk onderzoek, een gesprek (anamnese en familieanamnese) en een bloedonderzoek om de antistoffen die een rol spelen bij coeliakie aan te tonen (dat noemen we serologisch onderzoek). Er wordt gekeken of er antistoffen tegen endomysium (EmA) en tegen transglutaminase (TG2A) in je bloed zitten. Ook wordt er gekeken naar de hoeveel immunoglobuline (IgA), een afweerstof die door je lichaam wordt aangemaakt, omdat de coeliakie-antistoffen hier vandaan komen.

Onderzoek naar HLA-type (erfelijke aanleg)

Onderzoek naar de erfelijk aanleg voor coeliakie (HLA-typering) heeft vooral zin als je zeker wilt weten dat je geen coeliakie hebt. Bijvoorbeeld als je klachten hebt die doen denken aan coeliakie en twijfelachtige uitslagen bij serologisch onderzoek. Als je geen HLA-DQ2 en HLA-DQ8 hebt, ontwikkel je bijna zeker geen coeliakie. Als je wel HLA-DQ2 en/of HLA-DQ8 hebt, kun je wel coeliakie ontwikkelen, maar dat hoeft niet. Onderzoek naar HLA-DQ2 en HLA-DQ8 is ook nuttig bij mensen die risico lopen om coeliakie te ontwikkelen, zoals kinderen met het syndroom van Down of als coeliakie in je familie voorkomt.

Dunnedarmbiopsie

Bij coeliakie hebben de slijmvliescellen van je dunne darm duidelijke afwijkingen. Dat noemen we histologische afwijkingen van het dunnedarmslijmvlies. Dat kun je zien als je een stukje van het dunnedarmslijmvlies onderzoekt met een microscoop. Daarvoor moet je een beetje slijmvlies afnemen door middel van een dunnedarmbiopsie. Dat gaat via een gastroscopie, waarbij met een dun soepel buisje in je maag en in het begin van je dunne darm wordt gekeken. Daar zit een heel kleine camera op die precies kan laten zien hoe het er vanbinnen uitziet. Het buisje wordt via je mond en slokdarm opgeschoven naar je maag en dunne darm. Dat voelt niet heel prettig aan, daarom wordt het onderzoek onder narcose uitgevoerd, zodat je er niks van merkt. Tijdens de dunnedarmbiopsie wordt van verschillende plekjes in de dunne darm wat slijmvliesweefsel weggenomen. Dit weefsel wordt vervolgens in het laboratorium onder de microscoop onderzocht door een patholoog-anatoom. Als je coeliakie hebt kun je vlokatrofie en ontstekingscellen zien.

Een dunnedarmbiopt is de enige manier om met zekerheid vast te stellen dat je coeliakie hebt. Toch is het bij kinderen niet altijd nodig. Als ze heel duidelijke en typische klachten hebben die passen bij coeliakie, met door bloedonderzoek aangetoonde hoge waarden van coeliakie-antistoffen en HLA-DQ2 of HLA-DQ8, kan de diagnose coeliakie gesteld worden zonder afname van biopten. Toch is bij de meeste kinderen met mogelijk coeliakie een biopsie noodzakelijk om de diagnose te bevestigen.

Medische informatie