Veelgestelde vraag: Komt autisme vaker voor bij kinderen met Downsyndroom?

Autisme of aan autisme verwante stoornissen komen vaker voor bij kinderen met Downsyndroom (5 à 10%). Het is soms moeilijk te bepalen of er sprake is van autisme of dat bepaald gedrag hoort bij de verstandelijke ontwikkelingsachterstand. Als er sprake is van beide, dan leidt dit vaak tot een ernstigere ontwikkelingsachterstand. Bij autisme of aan autisme verwante stoornissen ontwikkelt het kind zich trager op sociaal en communicatief gebied (taal en gebaren) en maakt het moeilijk contact. Deze kinderen hebben veel structuur en regelmaat nodig. Het doorbreken daarvan kan leiden tot veel onrust en boosheid. Sommige kinderen hebben de neiging om bepaalde handelingen te herhalen, zoals heen en weer wiegen of fladderen met de handen, dit noemen we stereotiepe bewegingen. Maar ook het weigeren van voedsel, fascinaties voor voorwerpen of handelingen, het niet begrijpen van gesproken taal of angst kunnen voorkomen. Er is dus heel veel dat kan passen bij autisme of aan autisme verwante stoornissen. Onderzoek door een deskundige is erg belangrijk, want als het vroeg wordt ontdekt, kan het kind een speciale begeleiding krijgen, met veel structuur en rust. Zowel thuis als op school. Hierdoor kan het kind zich zo goed mogelijk ontwikkelen.