Medisch

Hier vind je alle medische informatie over je aandoening.

Wat is trombose?

Als je trombose hebt, zit er een bloedstolsel of bloedprop in een van je bloedvaten. Dat bloedvat kan daardoor verstopt raken. Als er bijvoorbeeld een ader in je been wordt afgesloten, kan je been dik, warm en pijnlijk worden en kan het een rode of paarse kleur krijgen. Trombose in een ader noemen we ook wel een veneuze of diep veneuze trombose (DVT).

Bloedstolling

Bloedstolling is heel belangrijk, het zorgt ervoor dat een bloeding stopt. Als een bloedvat beschadigd raakt, kan er een gat of scheur in de vaatwand komen, waardoor er bloed naar buiten stroomt.

Hoe kan trombose ontstaan? Wat zijn risicofactoren?

Als je bloed te snel stolt, heb je een grotere kans op trombose. Bij kinderen zijn er meestal meerdere oorzaken.

Lijntrombose

Lijntrombose kan ontstaan als je een lange lijn hebt, een infuus. Een lange lijn is een dunne flexibele slang, die in een wat groter bloedvat zit. We zeggen ook wel centraal veneuze katheter (CVC). Deze wordt onder andere gebruikt voor het geven van vocht, voeding en medicijnen.

Welke aandoeningen verhogen de kans op trombose?

Als je een ernstige ziekte hebt, zoals een nierziekte (nefrotisch syndroom), kanker, sikkelcelziekte, een hartafwijking (boezemfibrilleren), een darmziekte (IBD) of auto-immuunziekte (lupus anticoagulans), heb je meer kans op trombose, en ook als je bepaalde medicijnen gebruikt.

Erfelijke stollingsafwijkingen (trombofilie)

De gemiddelde kans op trombose is 0,05% per jaar, dat wil zeggen dat één op de tweeduizend mensen het krijgt. Bij kinderen is die kans veel lager, één op de tienduizend.

De anticonceptiepil en trombose

De anticonceptiepil is een zeer betrouwbaar middel om zwangerschap te voorkomen. In de pil zitten vrouwelijke hormonen die ervoor zorgen dat er geen eisprong plaatsvindt.

Klachten

De klachten die je krijgt bij trombose zijn afhankelijk van de plek waar het stolsel zit.

Welke klachten kun je hebben na trombose?

Ongeveer één op de vier kinderen houdt last van klachten na een trombose. Bijvoorbeeld omdat de klepjes in een ader van je arm of been beschadigd zijn.

Diagnostiek

Trombose komt niet vaak voor bij kinderen. Bij tieners komen trombosebenen en kleine longembolieën het meest voor. Dokters denken bij pijn in het been of bij longklachten dan ook niet direct aan trombose bij een op het eerste gezicht gezonde tiener.

Behandeling

Als je trombose hebt, krijg je antistollingsmiddelen (anticoagulantia), ook wel bloedverdunners genoemd. Bloedverdunners zorgen ervoor dat je bloed minder snel stolt.

Waar moet je op letten als je bloedverdunners gebruikt?

Alle bloedverdunners remmen de bloedstolling, je hebt dan een grotere kans op blauwe plekken en bloedingen. Je moet dus oppassen als je je stoot of valt, zeker bij hoofdletsel.