allard

Interview: Ik vind dat ik een normale jongen ben

Allard (11) heeft hiv.

Sinds wanneer weet je dat je hiv hebt?

Dat weet ik niet precies. Het is me al een paar jaar geleden verteld.

Je moeder heeft je vroeg verteld hoe het zat?

Ja, dat klopt.

Weet je wat hiv is?

Het is een virus in het bloed dat zich vermenigvuldigt. In je lichaam doet het iets met de witte bloedcellen.

Hoe vaak moet je naar het ziekenhuis?

Eens in het kwartaal. Dan prikken ze bloed. Wat ze onderzoeken weet ik niet precies.

Wat hebben ze jou uitgelegd over hiv?

Waar je voorzichtig mee moet zijn met onderling contact. Als ik een wondje heb, moet ik er gewoon een pleister op doen.

Lees je er wel eens wat over?

Nee, ik zoek ook niet op internet. Maar toen ik heel klein was heb ik er wel een boekje over gelezen; Brenda heeft een draakje in haar bloed. Ik was vier jaar of zo. Ik dacht dat als je dat had, je sneller ziek werd, maar dat was niet zo. De plaatjes vond ik niet helemaal goed. Dan stond er een heel grote draak en dan lag zij als klein meisje op bed. Ze was ook heel snel ziek, maar dat ben ik niet zo snel. Het boekje lees ik nu niet meer. Ik heb wel een ander boekje gekregen van de zuster, ‘Positief leert’, waar verhalen van anderen in staan.

Wat vind je van die verhalen?

Er was een verhaal waarbij de leerkrachten het niet wisten. Mijn leerkrachten weten het wel. Dat vind ik niet zo erg. Als we op kamp gaan dan moeten ze toch weten dat ik medicijnen moet slikken.

Zijn er nog andere mensen die weten wat je hebt?

Mijn opa en oma weten het. En ik denk ook mijn tantes. Maar ze vragen er nooit naar en ik zeg er niks over.

Vertel je aan mensen dat je hiv hebt?

Nee.

Met wie praat je erover?

Met mijn moeder. Als ik vragen heb. Waarom ik bijvoorbeeld verschillende medicijnen slik. Waarom kan het niet met één medicijn, dacht ik toen.

Hoeveel pillen slik je?

Ik slik er nu twee in een, namelijk Kivexa® en Viramune®. Dat doe ik eens per dag.

Moet dat op een bepaald tijdstip?

Ja, om 17.30 uur ’s avonds. Ik zorg ervoor dat ik dat ik dat thuis doe. Ik mag ze wel meenemen naar vriendjes.

Zien anderen dan niet dat je ze inneemt?

Nee, daar zorg ik wel voor. Ik wil niet dat ze het zien. Ik ben bang dat ze dan vragen gaan stellen.

Stel dat ze je vragen wat je hebt, wat zeg je dan?

Dat weet ik niet. Daar denk ik ook niet over na.

Zijn die pillen groot?

Ja, redelijk groot. Maar ik heb geen moeite met slikken.

Weet je broertje dat je hiv hebt?

Nee, het is niet echt moeilijk om het te verbergen.

Ziet hij wel eens dat je medicijnen slikt?

Ja, maar hij vraagt er nooit naar.

Je gaat nu naar de middelbare school, ga je het aan iemand vertellen?

Dat denk ik niet. Omdat ik vind dat ik een normale jongen ben.

En als je later een vriendin krijgt?

Ik hoop niet dat ik die krijg. Dat vind ik maar gezeur. Ze zijn vaak sacherijnig.

Zou je het vertellen aan goede vrienden later?

Dat weet ik niet.

Vind je het een groot geheim?

Dat ook weer niet.

Waarom wil je het dan niet vertellen?

Omdat ik er zelf niet zo mee bezig ben.

Moeten mensen het weten als je gaat reizen of ergens gaat solliciteren?

Nee, dat denk ik niet.

Maak je je wel eens zorgen?

Nee, omdat ik andere dingen doe. Ik speel gitaar, solo, en krijg er les in. Ik houd me meer bezig met leuke dingen.

Interviews