Ik praat met mijn ouders, dat is genoeg

Gerald (14) heeft hiv.

Sinds wanneer weet je dat?

Sinds mijn tiende jaar.

Hoe reageerde je toen je het hoorde?

Ik bleef er wel rustig onder.

Weet je van wie je het hebt gekregen?

Van mijn moeder.

Wist je wat het was?

Ik had er wel een paar keer op school over gehoord. Over virussen, dat ze de witte bloedcellen aanvallen.

Wat gebeurde er nadat je het hoorde?

Ik werd opgenomen in het Erasmus MC en die nacht moest ik beginnen met mijn medicijnen.

Toen jij voor het eerst medicijnen kreeg, wat dacht je toen?

Dat ik werd beschouwd als een soort proefkonijn. Ze wisten niet goed hoe het middel werkte op kinderen. Ik was de eerste in Nederland die het kreeg. Het maakte mij niet zo heel veel uit. Iemand moet toch een keer de eerste zijn die eraan begint.

Welke medicijnen slik je nu?

Atripla®. Ik slik het ’s avonds.

Vind je het moeilijk om eraan te denken?

Soms ben ik gewoon moe en dan vergeet ik het. Maar mijn moeder legt het vaak op tafel voordat ik naar bed ga.

Praat je er met anderen over?

Nee, maar waarom weet ik eigenlijk niet. Misschien schaam ik me er een beetje voor. Doordat niet iedereen er veel over weet. Dat merk ik.

Is het moeilijk om het voor jezelf te houden?

Nee.

Wat zeg je als je naar het ziekenhuis moet?

Dan verzin ik een smoesje, dat ik naar kennissen toe ga of zo. Ik hoef ook niet vaak naar het ziekenhuis, een keer of twee om bloed te prikken. Dan gaan we vaak de stad in en combineren het met een uitje.

Mogen ze in deze buurt weten dat je het hebt?

Ik denk het niet.

Waarom vind je het belangrijk dat ze het niet weten?

Ik ben bang dat ze ons raar aan gaan kijken.

Hoe vind je dat ze in de media praten over hiv?

Het wordt erger gemaakt dan het soms is. Alles wordt slechter gemaakt door de media, ook de arme landen in Afrika. Maar dat is eigenlijk niet zo, het is maar een klein gedeelte ervan. In Nederland is de behandeling heel goed. Dat zouden ze ook eens moeten laten zien.

Zou je zelf voorlichting willen geven?

Ik denk het niet. Omdat ze dan een ander beeld van me zullen krijgen. Er zitten wel een paar mensen in de klas die wel wat weten over hiv.

Ontmoet je wel eens andere jongeren met hiv?

Nee, ik heb die behoefte ook niet. Ik ben wel eens gevraagd voor The Young Ones, maar ik heb niet echt zin. Ik heb mijn ouders om erover te praten, dat is genoeg.

Praat je er vaak over met je ouders?

Nee, alleen als ik bijvoorbeeld vraag hoe het gaat als ik toch een keer alcohol zou innemen met medicijnen of zo. Dan zeggen mijn ouders dat ik dat niet moet doen, want het medicijn wordt versterkt door de alcohol en omgekeerd ook, en dat is niet goed. Met mijn moeder heb ik het ook over wat er gebeurt als ik mijn medicijnen een keer niet slik, of over antistoffen of onveilige seks.

Doe je aan sport?

Ik voetbal in de derde klasse. Mijn team is C1.

Hoe ga jij om met hygiëne, wondjes en zo?

Op school probeer ik het gewoon schoon te maken. Ik heb het niet vaak, en anders vraag ik bij de receptie een pleister.

Als anderen je willen helpen en aan zo’n wond willen komen?

Ik heb dat nog niet meegemaakt, maar volgens mij vragen ze altijd eerst of ze moeten helpen. Als het zou gebeuren zou ik zeggen dat ik het zelf wel doe.

Heb je advies voor iemand die het net weet?

Probeer het vooral te verbergen, want het is vooral iets voor jezelf.

Hoe zie jij je toekomst?

Ik denk er eigenlijk niet zo over na. Ik weet dat andere jongeren het ook hebben en die redden het ook.