marjolein

Interview: Geen eenvoudige diagnose

Marjolein Berger (50) is huisarts. Daarnaast doet ze aan de faculteit Huisartsgeneeskunde van de Erasmus Universiteit onderzoek naar darmklachten bij kinderen.

Wat is er zo bijzonder aan kinderen met buikklachten?

Buikklachten bij kinderen zijn een diagnostische uitdaging voor de huisarts. Buikpijn komt vaak voor, maar is zelden ernstig. De meeste klachten zijn van korte duur, maar soms gaan de klachten niet over. Het is voor de huisarts een moeilijke afweging tussen verder zoeken naar oorzaken van de buikpijn of afwachten en begeleiden.

Hoe vaak krijg jij kinderen met buikklachten op het spreekuur?

Ongeveer een à twee keer per maand. De meesten hebben buikpijn en/of diarree. Vaak is het buikgriep of ontstaan de klachten doordat de kinderen op dat moment veel stress ervaren of niet lekker in hun vel zitten. Het komt maar heel weinig voor dat er iets anders aan de hand is, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa. Ik heb deze diagnose zelf nog nooit gesteld in de 15 jaar dat ik huisarts ben. Terwijl sommige kinderen qua klachten wel in aanmerking komen om er in ieder geval verder onderzoek naar te doen. Ik heb een praktijk van 2.500 patiënten, waarvan 500 kinderen onder de 18 jaar.

Wat zijn de signalen waar je op moet letten?

Diarree die meer dan één maand duurt, bloed bij de ontlasting, spontaan afvallen, problemen met de groeicurve en ook of het in de familie voorkomt. Bij elk kind met deze klachten zou je verder onderzoek moeten doen. Je weet dat het niet vaak voorkomt, maar je moet toch goed kijken.

Lastig voor de huisarts?

Zeker, je zoekt naar iets dat heel weinig voorkomt. Dus meestal krijg je, als je verder onderzoek doet, te horen dat er niks aan de hand is. Dat geeft je dan wel het gevoel dat je al dat onderzoek voor niets hebt gedaan. En dat is vervelend omdat het enige onderzoek waarmee je een colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn echt kunt aantonen (een endoscopie) heel belastend voor de kinderen is. Dus veel huisartsen stellen dit onderzoek uit, ook omdat ze weten dat het om een diagnose gaat die ze misschien maar een keer of nooit in hun loopbaan zullen stellen.

Toch moet je het wel doen. Omdat je het een kind niet aan kunt doen als je de diagnose mist. Het betekent heel veel voor een kind.

Als je op tijd begint met de behandeling kun je de ziekte veel beter onder controle houden, dat is heel erg belangrijk. Dat geld voor de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en ook voor coeliakie. Je hoort te vaak: de huisarts heeft me er zo lang mee laten rondlopen.

Wat voor onderzoek doe je?

Ik werk met een groep universitaire onderzoekers. We volgen een jaar lang kinderen die bij hun huisarts komen met buikpijn. Als ze meedoen aan het onderzoek zien we de patiënten twee keer. Vlak nadat ze bij de huisarts zijn geweest en dan na een jaar weer. De kinderen vullen elke drie maanden een vragenlijst en verder houden ze een klein dagboekje bij. Er hebben 300 kinderen meegedaan aan het onderzoek, dat is ongeveer 40% van alle kinderen die met buikpijn bij de huisarts komen.

Wat hebben jullie onderzocht?

Hoe lang duurt de buikpijn, hoeveel kinderen krijgen chronische klachten, wat heeft de huisarts gedaan en hoe vaak heeft de huisarts het kind gezien. We onderzoeken zelf ook de urine, het bloed en de ontlasting van de kinderen. Dan kijken we wat er uitkomt en of de huisarts iets over het hoofd heeft gezien wat mogelijk in verband staat met de klachten. Het blijkt dat de huisarts niet vaak onderzoek laat doen. Zoals gezegd, meestal is dat niet erg, omdat de oorzaak van de buikpijn niet ernstig is en de buikpijn vanzelf weer overgaat. Bovendien is er ook geen eenvoudige test die een goed onderscheid maakt tussen kinderen met bijvoorbeeld de ziekte van Crohn en kinderen zonder deze aandoening. En om al die kinderen, die waarschijnlijk toch de ziekte van Crohn niet hebben, een endoscopie te laten ondergaan is ook weer niet de bedoeling.

Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar het testen van de ontlasting van kinderen. Dat zou een eenvoudige en goed uit te voeren test zijn die kinderen met en zonder een chronische darmontsteking uit elkaar haalt. Het zou een goede stap zijn als die test er zou komen. Hopelijk kan onze studie eraan bijdragen dat de test ook in de huisartspraktijk gebruikt kan gaan worden. We hebben het onderzoek net afgerond en zijn nu bezig met het verwerken van de gegevens. Onze eerste voorzichtige indruk is dat kinderen veel meer buikpijn houden dan hun huisarts vermoedt. Maar de grootste pijn blijft het stellen van de goede diagnose.

Op dit moment wordt er onderzoek gedaan naar het testen van de ontlasting van kinderen. Dat zou een eenvoudige en goed uit te voeren test zijn die kinderen met en zonder een chronische darmontsteking uit elkaar haalt. Het zou een goede stap zijn als die test er zou komen. Hopelijk kan onze studie er aan bijdragen dat de test ook in de huisartspraktijk gebruikt kan gaan worden. We hebben het onderzoek net afgerond en zijn nu bezig met het verwerken van de gegevens. Onze eerste voorzichtige indruk is dat kinderen veel meer buikpijn houden dan hun huisarts vermoedt. Maar de grootste pijn blijft het stellen van de goede diagnose.

Wat kan de huisarts doen na de diagnose?

De huisarts is uitermate geschikt om een kind na het vaststellen van een colitis ulcerosa of de ziekte van Crohn verder te begeleiden. Hij of zij ziet het kind veel en kent het goed. Heel veel vragen waar het kind mee zit zijn niet medisch, daar heeft een huisarts een goed beeld van. Wat heeft een ziekte als Crohn of colitis ulcerosa voor invloed op het dagelijkse leven, hoe ga je ermee om. Een kind wil weten of het bijvoorbeeld mee kan op schoolreisjes of dat het uit logeren kan.

En dan is er nog de psychosociale kant. Ziekenhuizen en specialisten hebben daar vaak onvoldoende aandacht voor. De kinderen krijgen alle medische zorg maar de psychosociale kant wordt vaak vergeten. Daar ligt bij uitstek een rol voor de huisarts. Hij of zij kan er voor zorgen dat daar wel voldoende aandacht voor is.

Interviews