paul

Interview: De angst om afgewezen te worden is vaak groot

Paul Rabsztyn (58) is seksuoloog NVVS (Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie) in het Radboudumc, Amalia kinderziekenhuis in Nijmegen & het Rijnstate ziekenhuis Arnhem. Op het gebied van DSD doet hij consulten samen met een collega-arts, -seksuoloog.

Wat voor patiënten komen bij jou?

Vooral mannen, maar ook wel wat kinderen met hypospadie of blaasextrofie (open blaas). Soms ook AGS-patiënten. Over het algemeen vrij veel volwassenen.

Je zit ook bij het DSD-team, welke vormen van DSD zie je het meest?

Er is altijd veel discussie of hypospadie bij de DSD-poli thuishoort. Dat zie ik het meest, in allerlei vormen en gradaties. Ik zie niet veel meisjes, die hebben moeite om naar een mannelijke seksuoloog te gaan. Ze kiezen vaak voor mijn vrouwelijke collega. Helaas is het niet zo dat alle kinderen vanuit de DSD-poli standaard naar de seksuoloog doorgestuurd worden.

Zou dat wel moeten?

Ja, dat denk ik wel. We kaarten het onderwerp seksualiteit pas aan als de puberteit intreedt of tijdens de transitie (overgang naar de volwassenenzorg), of als zich problemen voordoen, maar dat moet eigenlijk al veel eerder, om te kijken hoe een kind daarmee omgaat. Vaak komt alleen de functionaliteit (bijvoorbeeld het hebben van een erectie, condoomgebruik, gemeenschap hebben) aan de orde, maar ik denk dat de beleving ook super belangrijk is. Hoe je gezond en plezierig seksueel contact kunt hebben. Dat ontbreekt in de normale opvoeding ook nog wel eens. Stel je hebt een vergrote clitoris, hoe zit het dan met de beleving van seks en hoe ga je hiermee om?

Wanneer is de hulp van een seksuoloog gewenst?

Als de puberteit zich voordoet en er soms wat terughoudendheid is om relaties of contacten aan te gaan. De kinderurologen motiveren de ouders om die kinderen langs te sturen. Vaak vanaf een jaar of twaalf jaar. Het is een grijs gebied, wat bij de kinderpsycholoog thuishoort en wat bij de seksuoloog. Maar ik denk dat het goed is om het in een eerder stadium al eens over seksualiteit te hebben.

Waarom zou dat moeten?

Omdat een kind op het moment dat het in de puberteit zit al erg gevormd is en soms een enorm schaamtegevoel heeft ontwikkeld. Of het gevoel heeft anders te zijn. Daardoor is het terughoudend in contacten aangaan. Het is goed om daar in een eerder stadium wat meer aandacht aan te schenken. Sanderijn van der Doef heeft over de verschillende fases van seksuele ontwikkeling boekjes geschreven hoe je hier als kind en ouder mee kunt omgaan. Meestal wordt er met kinderen over seksualiteit gesproken als de puberteit begint. Maar vaak willen ze dan al niks meer van de ouders weten over dit onderwerp. Ik denk dat deze kinderen ook kwetsbaarder zijn voor seksueel misbruik. Het is daarom goed om de weerbaarheid en de bewustwording te ondersteunen.

Waar loopt een kind met een hypospadie tegenaan op seksueel opzicht?

Het ziet er anders uit en het voelt soms iets anders aan, vanwege vroeg opereren, littekens of gevoelsstoornissen. Het hangt er een beetje van af hoe het gecorrigeerd is. En dan de maat van de penis en de schaamte daaromheen. Zich niet naakt durven te tonen hebben meer kinderen, maar bij kinderen met een hypospadie kan dat extra versterkt zijn. Het is goed om ook de ouders te begeleiden hoe daarmee om te gaan.

Hoe krijg je de kinderen aan het praten?

Ik probeer seks tot een normaal bespreekbaar onderwerp te maken. Ze kunnen alle vragen stellen die ze willen. Ik zeg ook altijd dat ze me een e-mail kunnen sturen met vragen. Het verschilt hoor, sommige kinderen gaan prima met hun seksualiteit om. Anderen zijn er nog niet aan toe of zitten in een andere fase, maar ze hebben er wel al veel vragen over of hebben er met vriendjes over gesproken. Over het algemeen zijn de gevoelens vaak best heftig. Ik zie dat ze vooral wat relaties betreft niet goed durven. Vooral bij de eerste seksuele verkenning, het voelen aan elkaar, zijn ze wat terughoudender. Dan laten ze het alleen bij zoenen. Ik probeer ze te stimuleren hun eigen lichaam te leren kennen, zodat ze zelf ontdekken wat plezierig aanvoelt.

Zijn ze er open over?

Soms nemen ze een goede vriend in vertrouwen, maar doorgaans is het niet iets waar ze open over praten. Seks is een onderwerp waar met veel bravoure over gesproken wordt, en dan vertellen dat je er anders uitziet, tja, dat is lastig. Vroeger isoleerden de jongens zich meer, ze gingen niet op sportclubs omdat ze niet samen wilden douchen. De schaamte eromheen, er anders uitzien of de maat van de penis, dat vinden ze moeilijk. Tegenwoordig is dat weer minder omdat iedereen met een boxershort onder de douche gaat.

Hoe kun je ze helpen?

Tijdens een consult met mij kunnen ze seks, seksualiteit en hun onzekerheden bespreken op een laagdrempelige manier. Veel problemen worden veroorzaakt door dingen voor je te houden. Die kunnen soms diep geworteld zitten. Als je met een open blaas wordt geboren, wordt die weliswaar operatief gesloten, maar dat zie je dan wel door de littekens aan de buitenkant. Als de broek uitgaat wordt dat pas zichtbaar. Kinderen moeten juist in een vroeg stadium leren dat ze niet zomaar alles aan iedereen moeten vertellen, maar wel dat ze het niet alleen maar in hun hoofd laten zitten. Al die zorgen, het verdriet, de vragen en onzekerheden: kan ik later wel gemeenschap hebben, kan ik kinderen krijgen of maken, kan ik een vrouw wel bevredigen, dat zijn dingen waar kinderen op jonge leeftijd al mee bezig zijn. Op internet en van andere jongeren krijgen ze wat mij betreft niet altijd de juiste informatie.

Kun jij wel antwoord geven op die vragen?

Ik vertel altijd dat seks niet alleen uit gemeenschap bestaat, maar dat je op meerdere manieren invulling kunt geven aan je seksuele contacten. Je skills als man hangen niet alleen van de gemeenschap af. Het is een beetje basis seksuele voorlichting. Hoe maak je seks voor jezelf en de ander tot een plezier en hoe leer je je niet te schamen over je masturbatie. Als het daar al problematisch is, is het juist goed om te ontdekken hoe je dat plezierig kunt maken; hoe masturbeer je, wat is fijn om te doen, zo praktisch is het soms.

Staan de jongeren open voor je adviezen?

Het ligt er een beetje aan of ze alleen zijn of dat er ouders meekomen. Bij vijftien-, zestienjarigen probeer ik die buiten de deur te houden omdat dat belemmerend werkt. Met een jongen alleen praat het heel anders dan wanneer de ouders erbij zitten. De meeste jongeren willen er met hun ouders niks over delen of heel weinig. Ik vind het belangrijk dat ze weten dat ze alle vragen kunnen stellen en antwoorden kunnen krijgen.

Is het mogelijk om een echt kleine penis te accepteren?

Je kunt het niet veranderen, daar zijn we heel duidelijk over. Tegen jongens die heel onzeker zijn over hun genitaal, zeg ik als seksuoloog altijd als ik mag kijken dat ik een objectief en eerlijk antwoord geef. Als het echt onder de standaard is, zeg ik dat. Er zijn ook jongens die vinden dat ze een kleine penis hebben, terwijl hij standaard is. In slappe toestand is een penis gemiddeld rond de 6-11 cm en in stijve toestand rond de 11-20 cm. Als een jongen een penis heeft die kleiner is, moet je dat eerlijk zeggen. Dan gaat het er meer om hoe ze daar in een toekomstig contact mee om kunnen gaan. Door het kijken van porno hebben jongens het idee dat ze een zo groot mogelijke penis moeten hebben en het zo lang mogelijk moeten kunnen volhouden om een partner te kunnen bevredigen, terwijl het ook om andere dingen gaat. Ik probeer het over die andere manieren te hebben. De maat (lengte en omtrek) van de penis is daar niet bepalend in. Veel jongens hebben het idee dat het alleen om penetraties gaat. Ik zeg niet dat het niks voorstelt, maar dat het niet het enige is waar het om draait. Je zult soms aanpassingen moeten doen. Ik ken voldoende jongens die uiteindelijk naar tevredenheid een relatie zijn aangegaan.

Blijf je ze volgen?

Ja, maar niet altijd. Sommigen blijven weg omdat ze hun eigen weg gevonden hebben. Anderen komen eens in het halfjaar. Dan zie ik hoe ze ermee omgaan. Ze voelen zich steeds vrijer en krijgen een houding van: je moet me maar nemen zoals ik ben. Als een partner je hiervoor afwijst, is het dan iemand waarmee ik mijn leven wil delen? Dat kun je je ook afvragen. Soms zijn het ook praktische houdingsadviezen, dat ze bij bepaalde houdingen een vrouw veel meer kunnen laten voelen. Of hoe om te gaan met de situatie als tijdens het vrijen door het vochtig worden van de vagina en de maat van de penis ze elkaar niet goed voelen. Als er een partner in beeld is, nodig ik die ook uit om het er hier een keer over te hebben. Dat gebeurt ook.

Kun je dit allemaal bespreken?

Meestal wel. Ze moeten vaak wel een drempel over. Het is nieuw dat je dit soort dingen met elkaar kunt bespreken. De angst bij jongens dat ze daarom afgewezen worden is vaak enorm groot, net als de opluchting als ze merken hoe makkelijk die meisjes er soms mee omgaan. Veel jongeren vertellen ook dat ze lekker tegen elkaar aanliggen, maar dat er nog niks gebeurt. Het gaat om de beleving.

Zie je ook kinderen met een migratieachtergrond?

Ja, ook wel tieners, maar het overgrote deel is ouder. De kinderurologen spelen een belangrijke rol in de doorverwijzing. Zo zie ik een aantal van de kinderen zonder ouders op het spreekuur. Vaak gaat het bij hen om de vraag of zij kinderen kunnen krijgen en of zij straks een vrouw kunnen bevredigen. De vruchtbaarheidsvraag is er eerder dan de seksualiteit.

Wat versta jij onder beleving?

Hoe het voor jou voelt, hoe prettig, bevredigend en ontspannen je je kunt voelen, los van de functionaliteit. Met een kleine of slappe penis of geen vagina-ingang, kun je ook prima seks hebben en een goede beleving. Dat is te leren. Het hangt er dus niet van af hoe het eruitziet of hoe de functionaliteit is, maar van hoe het in je hoofd voelt.

De angst om afgewezen te worden is vaak groot, waarom?

Het kan zijn dat een kind ergens deuken heeft opgelopen, op een sportclub of zo. Dan is er gelachen of iets anders. Dat kan traumatisch zijn. Of op de lagere school als een kind zijn broek heeft laten zakken en dat ernaar gewezen wordt. Dat kan een enorme impact hebben; hoe je daarmee omgaat en je je daarop ontwikkelt.

Komt genderidentiteit bij jou ook aan bod?

Ja, daar zijn wel eens vragen over of twijfels. Ik leer ze om niet in paniek te raken maar te ervaren wat het is. Probeer niet gelijk overal een antwoord op te vinden, maar ervaar eerst wat je voelt. Er zijn jongeren die gelijk duidelijkheid willen hebben, maar ik zie ook jongeren die er veel luchtiger in staan en die zichzelf een kans geven. Het komt wel eerder aan bod bij een kinderpsycholoog, maar hier komt het ook wel eens voorbij.

Komt het voor dat gemeenschap niet mogelijk is?

Seks kan altijd wel, maar gemeenschap niet altijd. Het is goed om kinderen daar op voor te bereiden. Bij mij staat plezier en ontspanning op de voorgrond. Het is goed om daar in een vroeg stadium aandacht aan te besteden. Seks hangt van meer dingen af dan van wat er tussen je benen zit en hoe dat eruitziet. Je geeft ook een realistisch beeld van de toekomst. Als iemand een micropenis heeft of nauwelijks een penis, is het goed om daarover te praten. En om te vertellen dat je ook op een andere manier kunt stimuleren. Ik probeer het zelfbeeld zo positief mogelijk te houden. Mensen die zekerder in hun vel zitten, gaan makkelijker contacten aan.

Interviews