bob

Interview: Ik dacht dat mijn adamsappel was gegroeid

Bob (14) is geopereerd aan een schildklierknobbel.

Wanneer merkte je zelf dat je iets had?

Ik wist dat er iets zat, maar ik was heel trots want ik dacht dat het met de puberteit te maken had en dat het mijn adamsappel was.

Hoe lang zat het er al?

Op een gegeven moment viel het me op, ik denk niet dat het van de ene op de andere dag er zat. Ik zei tegen mijn ouders dat ik een grote adamsappel had, maar dat deze scheef zat.

Wat zeiden je ouders toen?

Nou Bob, ik weet niet zeker of het je adamsappel is, misschien is het wel wat anders. De dag erna hebben we de huisarts gebeld.

Wat zei de huisarts?

Dat er een knobbel zat en dat het iets met de schildklier was. Meer wist hij niet.

Wist jij wat een schildklier was?

Voordat hij het me uitlegde niet.

Was het je vrienden ook opgevallen?

Nee, die hadden niets gezien.

Wat is er toen gebeurd?

De huisarts verwees ons door naar het ziekenhuis. Daar dachten ze dat het misschien een cyste was. Maar het zou ook kwaadaardig kunnen zijn, een tumor dus. Ze vertelden ook dat het een grote bobbel was die steeds groter wordt. Ik dacht, nou ja, het zij zo. Ze vertelden ook dat er 30% kans was dat het kwaadaardig was. Maar ik hield het zelf op 25%. Dat is toch weer iets minder.

Je dacht zelf niet meteen dat het iets ernstigs was?

Ze noemden het een knobbel, geen tumor.

Ben je op internet gaan kijken toen?

Nee.

Moest er wat aan die knobbel gedaan worden?

Ja, ik moest naar het AMC. De dokter daar legde alles heel goed uit. We hebben een uur gepraat. Dat was heel fijn, vooral voor mijn ouders. Ik droomde soms een beetje weg, dan wist ik niet helemaal waar het over ging. Moeilijke woorden en zo. Dan had ik zo iets van waar gaat het over … ik heb een knobbel.

Vertelde de dokter ook wat er moest gebeuren?

Als het kwaadaardig was, dan moest de hele schildklier weg, inclusief de tumor. Als het goedaardig was, zouden we het kunnen laten zitten en over een tijdje weer een punctie nemen. Want goedaardig kan veranderen in kwaadaardig. Eerst kreeg ik een punctie om te kijken of het goed- of kwaadaardig was.

Was die punctie vervelend?

Het was wel een vervelend gevoel. Ik was ook een beetje zenuwachtig. Maar niet heel erg. Ik moest niet huilen of zo. Het deed niet heel veel pijn.

Zat je erover te piekeren?

Nee, ik ben er heel rustig onder gebleven.

Wat heb je aan je vrienden verteld?

Ik heb voor de hele klas verteld dat ik een knobbel had. En dat er 25% kans was op kwaadaardigheid.

Wat zeiden je vrienden?

De meiden zeiden: ‘o wat erg’, en ‘sterkte’ en de jongens zeiden: ‘komt goed joh!’. Die ochtend dat ik het vertelde zei een meisje dat ik heel leuk vond dat ik altijd bij haar terechtkon. Dat was wel heel fijn.

Was je zenuwachtig voor de uitslag?

Die dag moest ik eerst nog naar school. Om 13.00 uur moest ik weg, dus ik zat steeds te kijken hoe laat het was. Heel veel mensen vroegen ook of ik al wat wist.

Wat herinner je je van het gesprek?

Dat het niet heel lang was, er werd meteen gezegd dat het goed was. Ik was heel erg opgelucht. Ik zat wel te juichen.

Weet je nog wat je gedaan hebt toen je thuiskwam?

We zijn uit eten gegaan.

Uiteindelijk is er besloten om te opereren. Wat vond je daarvan?

Ik vond het wel spannend, maar ik had al een keer een operatie gehad, dus ik was er wel een beetje bekend mee. Ik was wel blij dat het wegging. Maar het was wel spannend. Als ze mijn stembanden zouden raken zou ik schor kunnen worden of zelfs niet meer kunnen praten. Dan zou ik een gaatje in mijn hals krijgen met een apparaatje waar ik op zou moeten drukken. Die risico’s zijn wel klein, maar het wordt je wel verteld.

Hoe ging het na de operatie met je?

Ik heb heel lekker drie dagen op de bank gelegen, filmpjes kijken en slapen. Na een week ging ik weer een dag naar school. Dat was wel vermoeiend. Ik vond het moeilijk om helemaal geconcentreerd te blijven.

Wat heeft dit alles met jou gedaan?

Niet zo veel. Ik denk er eigenlijk nooit meer over na.

Dacht je wel na over je ontwikkeling?

Ik was wel een beetje nerveus over hoe ik zou groeien. Ik was een van de kleinere kinderen uit de klas. En ik begreep dat de schildklier ook te maken heeft met je groei. Toen dacht ik, als er een stuk van mijn schildklier afgaat heeft dat ook effect op mijn groei.

Hoe gaat het nu met je groei?

We worden op school gemeten door de GGD. Ik zit net iets onder gemiddeld. Ik word iets kleiner dus. Dat is wel goed afgelopen.

Werden er ook nog andere dingen onderzocht?

Ze keken ook hoe ver ik in de puberteit was. Dan worden je testikels gemeten. Die vergelijken ze met een kralenketting met allemaal verschillende grootte kralen. En dat was goed voor mijn leeftijd. Wij vonden dat wel grappig en hebben er ook wel over gepraat, over die kralenketting. Ik zat nog aan het begin van de kralenketting en aan het einde van de ketting zat een heel grote. Daar moesten we wel om lachen. Ho krijg ik dat ook?

Hoe gaat het nu met je?

Het gaat heel goed met mij. Ik doe alles wat ik voor de operatie ook deed en ik voel me helemaal fit.
Ik zit op hockey en snowboarden. Ik vind heel veel sporten leuk. Volleybal, basketbal. Alles wel. Toen ik was hersteld kon ik de eerste drie weken niet sporten.

Hoe kijk je naar de toekomst?

Gewoon naar school gaan, lekker veel sporten, en er niet echt over inzitten. Gewoon lekker doen wat ik nu ook doe.

Welk advies heb jij voor andere kinderen die ook zoiets meemaken?

Je wordt wel geholpen als je zo’n operatie krijgen. Je hebt er ook wel weer geluk mee. Het is ook wel fijn dat je geopereerd kunt worden. Als je het laat zitten en je hebt geen medische hulp, dan kan het ook anders uitpakken. Je moet juist heel blij zijn. Het valt allemaal wel mee hoe eng het is. Je gaat gewoon lekker slapen en je wordt wakker en het is gebeurd. Het is natuurlijk wel spannend, maar ik zou er niet te veel over inzitten.

Interviews