maria

Interview: De knobbel was goedaardig

Maria (49) is de moeder van Bob (14). Bob heeft een knobbel in zijn schildklier.

Wanneer merkte je dat Bob iets had?

Dat was tweede kerstdag 2013. Bob stond op en deed zijn hoofd naar achter, slikte en zei, kijk eens wat een grote adamsappel ik krijg! Wij zagen zijn adamsappel op en neer gaan, maar aan de linkerkant een soort bobbel waarvan wij dachten dat dat niet helemaal de bedoeling moest zijn. We gingen naar de huisarts en die zei dat het waarschijnlijk te maken had met zijn schildklier. Dat je wel eens verdikkingen zag en dat dat met de puberteit te maken kon hebben. We moesten het verder laten onderzoeken in het ziekenhuis. Dat ging heel snel.

Wat zei de kinderarts?

Er werd bloed geprikt en een echo gemaakt, maar verder werd er niks gezegd. De huisarts zou contact met ons opnemen. Hij vertelde dat er een knobbel zat en dat we dat verder moesten laten onderzoeken en terug moesten naar het ziekenhuis voor een punctie. De volgende dag zaten we weer in het ziekenhuis bij de kinderarts. Er was overlegd met de endocrinoloog van het AMC en de kans was 25% dat het kwaadaardig is. We werden meteen doorverwezen naar het AMC waar een punctie werd gedaan.

Toen je hoorde dat het kwaadaardig kon zijn, wat deed dat met jou?

Je schrikt natuurlijk wel. Het heeft ook even tijd nodig om binnen te komen. Ik dacht wel meteen: rustig blijven, want mijn zoon heeft er geen baat bij als ik helemaal in de paniek schiet. Ik heb het vrij kalm op gevat, maar er gaat wel wat door je heen.

Wat gebeurde er in het AMC?

Bij de eerste afspraak vroeg de dokter aan Bob wat hij al wist. Bob vertelde dat hij een knobel had van 2-3 centimeter en 25% kans dat die kwaadaardig was. Nou, dat heb je goed gehoord, zei de dokter, maar een ding, je gaat niet dood, want de kans dat je geneest van schildklierkanker is groot. Dat was een goede binnenkomer. Toen legde hij uit wat er ging gebeuren. Dat er een punctie kwam en dat er drie mogelijkheden waren; kwaadaardig, niet helemaal duidelijk wat er is, dan moet er nog een punctie, of goedaardig. Vervolgens legde hij bij iedere mogelijkheid uit wat er dan ging gebeuren. We hebben wel in de rats gezeten, maar ik ben blij dat hij toen alles heeft verteld.

Hoe ging Bob ermee om?

Bob was ongelofelijk rustig. Hij is nooit in paniek geweest. Hij heeft ook geen een keer gehuild. Hij was er wel heel erg veel mee bezig. Hij had al eens een operatie gehad, dus hij was heel flink, ‘kom maar op, dat doe ik wel’. We hebben wel de mentor op school ingelicht dat hij er mogelijk mee rondloopt, en dat het niet niks is. We hebben het een beetje in het midden gelaten. Of hij er wat over ging vertellen in de klas of niet, maar hij heeft het zelf in de klas verteld. Uiterlijk en innerlijk gezien ging hij er op een rustige manier mee om.

Was het wel helemaal aangekomen bij hem?

We hadden net het bericht gehoord en Bob maakte een grapje dat hij vast wel vrij van school zou krijgen als het kwaadaardig was. Onze oudste dochter zei, weet je wel wat je zegt! Dat is kanker hoor! Toen trok Bob wel wit weg. Hij zei ook meteen word ik dan kaal en ga ik dan dood? We hebben een vriendin die niet heel lang geleden aan kanker is gestorven. Die was ook kaal. Toen hebben we wel verteld dat veel mensen ook beter worden van kanker en dat hij daar maar niet aan moest denken, dat is veel te vroeg.

Wat was de uitslag van de punctie?

De uitslag was heel goed. We wilden een face-to-face gesprek met de dokter. We kwamen daar en waren bloednerveus. We zagen de dokter al rondlopen en probeerden zijn non-verbale communicatie te lezen. Toen we de kamer binnenkwamen zei hij: ik zal maar meteen met de deur in huis vallen, het is goedaardig. Dat was een opsteker!

Hoe ging het daarna?

We hadden twee opties, de eerste was niks doen en dan aanzien hoe snel de tumor groeit. Of we konden ervoor kiezen om de knobbel en de halve schildklier meteen weg te halen. Maar daar zitten wel risico’s aan. De stembanden kunnen beschadigd raken, en de bijschildklieren. We hebben even bedenktijd gevraagd, maar besloten alle drie heel snel dat hij eruit zou gaan. Hoe sneller je er vanaf bent hoe eerder je het achter je kunt laten. Tegen de operatie zat Bob ook aan te hikken. Vijf weken nadat we het ontdekten werd hij geopereerd. Gelukkig is de operatie heel goed gegaan. Zijn schildklier had verder geen afwijkingen, het was dus alleen de tumor die erin zat.

Hoe waren de schildklierwaarden daarna?

De eerste keer prikken na de operatie waren de waarden wel iets gezakt en het schildkliersturend hormoon was iets gestegen. Maar waar eerst een hele schildklier het werk deed, had hij nu een halve, het leek wel logisch. De schildklier is wel je natuurlijke gaspedaal, zo legde de dokter het uit. Het was ook nog binnen de bandbreedte van goede waarden. We hoefden ons niet druk te maken. De tweede keer prikken was het nog iets gedaald. Maar nog steeds binnen de bandbreedte. Hij was nog aan ’t herstellen. Hij was ook niet overmatig moe, maar na een maand of twee begon Bob te klagen over school, dat hij het niet meer leuk vond, hij was een beetje down. Toen bleek dat hij overdag eigenlijk heel moe was, maar ’savonds niet kon slapen. We lieten zijn bloed prikken en de waarden waren weer helemaal op het oude niveau. Dat was een opsteker van jewelste. Dus de schildklier was goed. De moeheid had waarschijnlijk te maken met laat naar bed, nieuw in de brugklas, de operatie en alle spanning. We hebben helemaal niet meer naar een andere school gekeken, en zijn heerlijk op vakantie gegaan.

Nu zijn we ruim een jaar verder, hoe is het nu met hem?

Ik probeer hem wel goed in de gaten te houden, of hij fit is en goed groeit. Ik heb het idee dat het goed met hem gaat. Hij zit lekker in zijn vel en is vrolijk. Ik denk wel dat hij wel eens wat moe is, maar dat dat te maken heeft met school en de puberteit, ze groeien hard, dat kost veel energie. Misschien gaat hij wel eens wat te laat naar bed, maar dat hebben er meer. Ik heb ook het idee dat hij graag sport.

Interviews